
De zon gaat onder. De
wolk trekt uit elkaar. Het is koud. De zee is bevroren. Mensen proberen hoe ver
ze kunnen gaan. Wadlopen op het ijs. Onder een geruststellende deken van licht
en lucht.


Het geluk ligt voor
je voeten. Aan een slootkant. Een betonnen brug. De bakstenen maken haar vriendelijk. De stenen zijn in een patroon gemetseld. Dat maakt het aangenaam.
Hier hebben mensen over nagedacht, en aan gewerkt. Het doorkijkje bedenk je
niet. Dat krijg je.
